
Wet politiegegevens
Artikel 32 (protocolplicht)
1
De verantwoordelijke draagt zorg voor de schriftelijke vastlegging van:
a
de doelen van de onderzoeken, bedoeld in artikel 9, tweede lid;
b
de gegevens die op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 13, vierde lid, worden vastgelegd;
c
de toekenning van de autorisaties, bedoeld in artikel 6;
d
de verstrekking van politiegegevens op grond van paragraaf 3 met uitzondering van de verstrekking, bedoeld in artikel 17, eerste lid, en artikel 24, eerste en tweede lid, indien dit zich niet verdraagt met het belang van de veiligheid van de staat;
e
verwerkingen ten aanzien waarvan aanwijzingen bestaan dat zij door onbevoegden of anderszins onrechtmatig zijn verricht;
f
een geautomatiseerde vergelijking van gegevens als bedoeld in artikel 11, vijfde lid.
2
De verantwoordelijke draagt zorg voor de schriftelijke melding van een gemeenschappelijke verwerking van politiegegevens aan het College bescherming persoonsgegevens.
3
De politiegegevens, bedoeld in het eerste lid, worden bewaard tenminste tot de datum waarop de laatste controle, bedoeld in artikel 33, is verricht of, ten aanzien van onderdeel d, zoveel langer als nodig is voor de naleving van de verplichtingen van de verantwoordelijke, bedoeld in artikel 30, eerste lid.
4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze van vastlegging.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.